Veel van ons hebben het meegemaakt: je laatste ouder is overleden en het huis moet worden leeggeruimd. Het ouderloze tijdperk is aangebroken. Bij het opruimen gaat alles door je handen en je moet besluiten wat je wil bewaren en wat weg kan. Kan je het stofdoekenmandje van je moeder waar ze haar hele leven mee in de weer was zomaar wegdoen?

In dit boek heeft de hoofdpersoon als kind met een broer en zus in dit huis gewoond en met het opruimen van de spullen, komt hun familiegeschiedenis weer tot leven. Een verhaal ontvouwt zich over een jeugd in de jaren 50 tot 70 met veel herkenningspunten voor degenen die in dezelfde tijd opgroeiden. Een geschiedenis ook waarin verlies een rode draad vormt. Een broer overleed toen hij 8 jaar was, een zusje op 1,5 jarige leeftijd. Over dit onderwerp werd in het gezin vooral gezwegen, de tranen van de ouders werden verborgen en toch speelde het door alles heen. De hoofdpersoon mocht als kind van 6 niet mee naar de begrafenis, de herinneringen zijn beperkt. Als hij als jong volwassene besluit de graven van zijn broer en zusje op de zoeken, blijken ze geruimd. Hij is woedend op zijn ouders. Als vervolgens de eerste zwangerschap van zijn vrouw eindigt in een miskraam, komt de hoofdpersoon in een crisis terecht. Door de steun van zijn ouders en zijn vrouw komt hij hier weer uit. Hij komt weer tot schrijven.

Het boek is uitgegeven in 1994 en nog steeds zeer lezenswaardig. Het heeft een prachtige inleiding en nawoord in schuine druk. Dát is al de moeite van het lezen waard.

 

Door Nienke Lamsma