Een prachtig, fascinerend boek over Helen die rouwt om het verlies van haar vader, een ervaren valkenier en fotograaf. Ze raakt de grip op haar leven kwijt na zijn dood en ze trekt zich terug in een wereld waarin ze zich veilig voelt: een wereld waarin alleen zijzelf, haar havik Mabel en de natuur bestaan, een hobby die stamt uit haar kindertijd. Door het ‘trainen’ van haar havik, wordt Helen als het ware zelf een havik: nerveus, snel geïrriteerd, angst- en woedeaanvallen, niet meer gericht op mensen. Langzaam maar zeker ontdekt Helen dat haar vlucht naar een leven met Mabel synoniem staat voor haar rouwproces. Stapje voor stapje ziet ze haar verdriet onder ogen. Mabel leert haar ‘door het leven heen te vliegen’ nu haar vader er niet meer is.
Ook al heb ik niets met haviken, de schrijfstijl van Helen Macdonald is zo mooi en toegankelijk dat dit niet uitmaakt. Je gaat als het ware mee in de wanhoop van haar rouwproces en de behoefte om grip te krijgen op het leven. Het boek voelt als een vliegtocht, door bergen en dalen.

Helen Macdonald is een Britse historicus en dichteres en eert haar vader en haar havik met dit boek. Het boek is in 2015 bekroond met de Samuel Johnson Prize voor non-fictie.

Lize Nijenhuis