Aanrader januari 2020

Dit boek van Henk Blanken gaat over euthanasie bij dementie, geen gemakkelijk thema. Hij heeft dan ook geen gemakkelijke beweegreden om dit boek te schrijven: Blanken heeft de ziekte van Parkinson en daardoor heeft hij een verhoogde kans om zelf dement te worden. Het boezemt hem angst in, misschien nog wel meer dan de aftakeling die bij Parkinson hoort.

Vanuit dit perspectief beschrijft hij zeer betrokken het grote dilemma van het zoeken naar het ‘juiste’ moment van euthanasie bij mensen met dementie. Door hoe de wet nu wordt uitgevoerd, zijn de meesten mensen daar ‘te laat’ mee, omdat ze niet meer wilsbekwaam zijn door hun vergevorderde stadium van dementie. De enige andere optie daardoor lijkt om ‘te vroeg’ euthanasie te plegen, beschrijft Blanken, terwijl je er eigenlijk nog niet aan toe bent en nog best wilt leven. ‘Op tijd’ euthanasie kunnen plegen, dat wil zeggen op het moment dat degene al wilsonbekwaam is maar niet meer wil leven, blijkt zelden voor te komen. Artsen nemen het risico niet.

Blanken schrijft even geïnteresseerd als nuchter, soms zelfs humoristisch. “Meer dan een half miljoen Nederlanders hebben een euthanasieverklaring. Het opstellen van zo’n een-na-laatste wil is even eenvoudig als trouwen in Las Vegas – het verschil moet zijn dat je van euthanasie géén spijt krijgt.” De geschiedenis van de wet beschrijft hij in het begin – niet heel overzichtelijk naar mijn mening, maar wel interessant. Het geeft een kader, waardoor de verbazing over het vage beleid nog groter wordt, welke mening je ook hebt.

Al met al een interessant boek, zeker omdat bijna iedereen (helaas) direct of indirect met dementie te maken krijgt.

Sabijn Lauwerier
Januari 2020